Menu Close
  • Over Ons
  • Projecten
  • Nieuws
  • Contact
Close
  • Over Ons
  • Projecten
  • Nieuws
  • Contact

Datanetwerken Certificeren

ONAFHANKELIJKE CERTIFICERING VAN DATABEKABELING

Weet de exacte staat van je netwerk

Wij meten elk aansluitpunt afzonderlijk door en certificeren volgens ISO/IEC 11801, NEN-EN 50173 en TIA-568. Nieuw aangelegd of dertig jaar oud: je krijgt zwart-op-wit welke categorie je netwerk haalt.

Van enkele data-aansluitingen tot complete netwerkinfrastructuren met honderden aansluitpunten.

Een link die vandaag 1 Gbit/s haalt, kan volgend jaar op 10GBASE-T alsnog vastlopen. Wij meten het volledige frequentiebereik en tonen je per aansluitpunt hoeveel marge er werkelijk over is.

Netwerkbekabeling

Glasvezeltechniek

Kabel Management

Infra

Wat certificeren precies inhoudt

Een netwerkkabel is geen aan-uitverhaal. Vrijwel elke kabel die enigszins correct is aangeslagen, geeft link en laat data door. Het probleem zit in wat je niet ziet: een verbinding die nét binnen de marges valt, werkt vandaag prima op 1 Gbit/s en loopt over twee jaar vast zodra je overstapt op 10GBASE-T of er een accesspoint met PoE++ aan hangt.

Certificeren maakt dat meetbaar. Elke verbinding wordt over het volledige frequentiebereik van de norm doorgemeten en getoetst aan de genormeerde grenswaarden. Het resultaat is geen indruk maar een waarde: deze link haalt Class EA met 3,2 dB marge op de bepalende parameter. Aantoonbaar, herhaalbaar en overdraagbaar aan een volgende beheerder.

Verifiëren, kwalificeren en certificeren

Deze drie begrippen worden in de praktijk door elkaar gebruikt, terwijl ze totaal verschillende zekerheid bieden. Let daar op als een partij zegt dat alles “is doorgemeten”.

 Wat er gebeurtWat je eraan hebt
VerifiërenControle van de bedrading: zitten alle acht aders op de juiste pin, zonder kortsluiting of gesplitst paar.Zegt niets over prestaties. Doet een tester van enkele tientallen euro’s.
KwalificerenControle of een link een bepaalde toepassing aankan, bijvoorbeeld 1 Gbit/s.Momentopname zonder normatieve onderbouwing. Nuttig bij storingzoeken.
CertificerenMeting over het volledige frequentiebereik van de klasse, op alle relevante parameters, met een gekalibreerd instrument.Houdt stand bij oplevering, garantieclaim en discussie over aansprakelijkheid.

De normen waartegen wij testen

De normen waartegen wij testen
NormWat de norm regeltWerkt metWanneer relevant
ISO/IEC 11801Prestatie-eisen aan de complete link: kabel, connectoren en montage samen.Klassen: D, E, EA, F, FA, I, IIInternationale basisnorm; de andere normen zijn hiervan afgeleid.
NEN-EN 50173Europese vertaling van ISO/IEC 11801, inhoudelijk gelijkwaardig.KlassenNederlandse bestekken verwijzen doorgaans hiernaar.
TIA-568.2Noord-Amerikaanse prestatienorm; op enkele parameters iets soepelere limieten.Categorieën: Cat 5e, 6, 6A, 8.1, 8.2Bij Amerikaanse opdrachtgevers of fabrikanten die hierin voorschrijven.
NEN-EN 50174-1/-2/-3De manier van installeren: buigstralen, ontdraaiingslengtes, scheiding van sterkstroom, trekkrachten en documentatie.Installatievoorschriften, geen meetwaardenBij beoordeling van de aanlegkwaliteit naast de meetresultaten.
IEC 61935-1Nauwkeurigheidseisen waaraan het meetinstrument zelf moet voldoen.Nauwkeurigheidsniveaus, o.a. Level VBepaalt of je rapport bij een audit standhoudt.

Welke norm van toepassing is, hangt af van je bestek of van de eis van je systeemleverancier. Wij testen tegen ISO/IEC, NEN-EN en TIA en stemmen vooraf af welke limietset wij hanteren. Wij meten met een Fluke Networks Versiv DSX CableAnalyzer die voldoet aan Level V-nauwkeurigheid tot 1000 MHz, met geldig kalibratiecertificaat; de kalibratiedatum staat in elk rapport vermeld.

Let op: een link kan binnen alle grenswaarden vallen en tóch niet volgens NEN-EN 50174 zijn aangelegd — bijvoorbeeld doordat de kabel te strak is gebogen of te dicht op sterkstroom ligt. Op termijn krijg je daar alsnog last van. Visuele constateringen daarover nemen wij mee in het rapport.

Categorieën en klassen: wat haalt wat?

Categorieën en klassen: wat haalt wat?
TIA-categorieISO/EN-klasseBandbreedteOndersteuntKanttekening
Cat 5eClass D100 MHz1GBASE-TVerouderd; bij overname vaak nog aanwezig.
Cat 6Class E250 MHz1GBASE-T; 10GBASE-T tot ca. 55 m10G alleen bij korte links en gunstige omstandigheden.
Cat 6AClass EA500 MHz10GBASE-T over 100 m, PoE++ 90 WDe standaard voor nieuwe kantoorinstallaties.
Cat 7Class F600 MHz10GBASE-TVereist GG45/TERA-connectoren, geen RJ45.
Cat 7AClass FA1000 MHz10GBASE-T, breedbandtoepassingenIdem.
Cat 8.1 / 8.2Class I / II2000 MHz25GBASE-T en 40GBASE-T tot 30 mUitsluitend datacenter, korte afstanden.


Het misverstand rond Cat 7

In Nederland ligt veel Cat 7- en Cat 7A-kabel, maar afgemonteerd op gewone RJ45-keystones. Class F en FA zijn per norm gedefinieerd met andere connectoren. Zo’n link kán daarom formeel geen Class F halen, hoe goed de kabel ook is: de connector is de beperkende factor. Wij certificeren dergelijke systemen tegen Cat 6A / Class EA, de hoogste klasse die een RJ45-link kan bereiken. Dat is geen degradatie maar de correcte normtoepassing — en de betere kabel levert je wel extra marge op. Wie je Class F belooft op RJ45, verkoopt je een rapport dat bij een audit onderuitgaat.

En Cat 8
Cat 8 is ontworpen voor korte verbindingen in het datacenter, maximaal 30 meter, en vereist een tester tot 2000 MHz. Voor kantoorbekabeling is het geen zinvolle keuze: over 100 meter presteert het niet beter dan Cat 6A.

Welke parameters worden gemeten?

Een certificering is geen enkele meting maar een reeks metingen, per aderpaar en per paarcombinatie, in beide richtingen, over het volledige frequentiebereik. Voor elke parameter geldt een frequentieafhankelijke grenswaarde. Het rapport toont niet alleen of de link slaagt, maar met hoeveel marge en welke parameter het krapst zit.  
Welke parameters worden gemeten?
Parameter Wat het meet en waarom het ertoe doet
Wiremap Zit elke ader aan beide zijden op de juiste pin? Detecteert onderbrekingen, kortsluitingen, omgekeerde en gekruiste paren en split pairs, waarbij de bedrading kloppend lijkt maar de paren fysiek verkeerd zijn samengesteld.
Lengte De elektrische lengte per paar, berekend uit looptijd en NVP-waarde. Maximaal 90 m voor een permanent link, 100 m voor een channel.
Propagation delay en delay skew De looptijd per paar en het onderlinge verschil. Bij 10GBASE-T gaat data over alle vier de paren tegelijk; loopt één paar te ver uit de pas, dan kan de ontvanger het signaal niet meer samenstellen.
Insertion loss (demping) Het signaalverlies over de link. Neemt toe met lengte, frequentie en temperatuur. Warme kabelgoten en luchtbehandelingsruimtes zijn hier de klassieke oorzaak van krappe marges.
NEXT en PS NEXT Nabijeindoverspraak: hoeveel signaal lekt van het ene paar naar het andere aan de zendzijde. De meest kritische parameter en vrijwel altijd het gevolg van montagefouten — elke millimeter die een paar te ver is ontdraaid bij de keystone kost hier marge.
ACR-F en PS ACR-F Vereindoverspraak ten opzichte van de demping, vroeger ELFEXT genoemd.
Return loss Reflectie door impedantieverschillen: een beschadigde kabel, een te strakke bocht, een slecht contact of een mismatch tussen kabel en connector.
DC-lusweerstand en weerstandsonbalans De gelijkstroomweerstand per paar en het verschil daartussen. Dé parameter voor Power over Ethernet: bij PoE++ met 90 W zorgt onbalans voor ongelijke stroomverdeling en lokale opwarming. Een link die op datavlak prima presteert, kan hierop alsnog afkeuren.
Schermdoorverbinding Bij F/UTP- en S/FTP-systemen: is het scherm van begin tot eind doorverbonden en correct geaard? Een onderbroken scherm is niet alleen nutteloos, maar kan zich als antenne gaan gedragen.
Alien crosstalk (PS ANEXT, PS AACR-F) Overspraak tussen náást elkaar liggende kabels. Vanaf Class EA relevant, en de reden waarom 10GBASE-T over Cat 6 in dichte bundels vaak alsnog problemen geeft. Wordt doorgaans steekproefsgewijs gemeten op de meest kritische links.

Permanent link, channel of MPTL?

Het testmodel bepaalt welke grenswaarden gelden en wat er wordt meegemeten. Wij stemmen dit vooraf met je af.
Permanent link, channel of MPTL?
Testmodel Wat wordt gemeten Max. lengte Wanneer
Permanent link Van patchpaneel tot wandcontactdoos, zonder patchkabels. 90 m Standaard bij oplevering: meet exact wat vast in het gebouw zit.
Channel De volledige verbinding inclusief patchkabels aan beide zijden. 100 m Bij beoordeling van een bestaande installatie in bedrijf; dit is wat je apparatuur ziet.
MPTL Van patchpaneel rechtstreeks naar een RJ45-stekker aan het apparaat, zonder wandcontactdoos. 90 m Bij wifi-accesspoints, camera’s en toegangscontrole. Eigen limietset — meten tegen permanent-linklimieten geeft een onjuist resultaat.
IN WELKE SITUATIE ZIT JIJ?

Vijf momenten waarop meten zich altijd terugbetaalt

01.

Je neemt een pand of bedrijf over

Er ligt bekabeling, maar niemand weet meer welke categorie, uit welk jaar, en of alle punten nog werken. Wij inventariseren, hernummeren, labelen en meten alles door. Je weet binnen enkele dagen hoeveel bruikbare aansluitpunten er zijn en wat ze aankunnen — informatie die direct meeweegt in je onderhandeling of investeringsbegroting.

02.

Een installateur levert nieuw werk op

Voordat je tekent voor akkoord. Een onafhankelijke controlemeting is de enige manier om vast te stellen dat je krijgt waarvoor je betaalt. Wij hebben geen belang bij de uitkomst, want wij hebben het niet aangelegd.

03.

Je wilt naar 10 Gbit/s of naar PoE++

Bestaande Cat 6-bekabeling haalt 10GBASE-T soms wel en soms niet, afhankelijk van lengte, montage en bundeling. En PoE++ met 90 watt stelt eisen aan de weerstandsonbalans die bij aanleg vaak nooit zijn gecontroleerd. Meten vóór de investering voorkomt dat je nieuwe switches koopt voor een netwerk dat het niet trekt.

04.

Je hebt storingen die niemand kan plaatsen

Pakketverlies, wisselende doorvoer, accesspoints die spontaan herstarten, verbindingen die terugvallen naar 100 Mbit/s. De eerste vraag is altijd: ligt het aan de bekabeling? Met een certificering sluit je die vraag definitief uit — of vind je precies de link die het probleem veroorzaakt.

05.

Je hebt een rapport nodig voor garantie, bestek of audit

Fabrikanten die een systeemgarantie van twintig tot vijfentwintig jaar afgeven, eisen zonder uitzondering een volledig certificeringsrapport. Datzelfde geldt voor vrijwel elk professioneel bestek en voor veel ISO- en NEN-audits.

MEER WETEN?

Veelgestelde vragen

Hier vind je antwoord op de vragen die ons het vaakst worden gesteld. Staat je vraag er niet tussen? Neem gerust contact met ons op.

Ja, maar niet zonder onderbreking. Om te meten moet de link aan beide zijden losgekoppeld worden van de actieve apparatuur. Wij werken daarom per zone en stemmen de volgorde vooraf af, of komen buiten kantoortijden. De onderbreking per werkplek is enkele minuten.

Wij rekenen per aansluitpunt, met een staffel naar aantal. Voor bestaande netwerken zonder sluitende labeling komt daar een opslag bij voor inventarisatie en hernummering, omdat dat het meeste tijd kost. Je ontvangt vooraf een vaste prijs. Voor een indicatie hebben wij alleen het aantal punten, de locatie en het bouwjaar of kabeltype nodig.

Vraag hier gratis een offerte aan.

Reken op 60 tot 100 links per meetdag, afhankelijk van bereikbaarheid en de staat van de patchkast. Een kantoor met 60 werkplekken is dus één dag ter plaatse. Het rapport ontvang je binnen enkele werkdagen daarna.

Certificeren is méér dan "even doorpiepen met een tester". Bij een certificering meten wij per link alle genormeerde parameters volgens ISO/IEC 11801, EN 50173 en TIA-568, waaronder:

  • Wiremap, lengte en propagation delay/delay skew
  • Insertion loss (demping) en Return loss
  • NEXT en PS-NEXT, ACR-F en PS-ACR-F
  • TCL en ELTCTL (bij de hogere klassen)
  • Zowel Permanent Link als Channel, afhankelijk van wat je nodig heeft

Voor informatie bekijk hier onze Certificerings pagina.

Ja. Het kabeltype bepalen wij op basis van de opdruk, de opbouw en het meetgedrag. Wij meten vervolgens tegen de hoogste klasse die het systeem realistisch kan halen en rapporteren wat er werkelijk uitkomt. Juist bij onbekende bekabeling is dat de kern van de opdracht.

Een FAIL geeft altijd de bepalende parameter aan, en die wijst vrijwel altijd naar een concreet montagepunt. Kleine herstelwerkzaamheden voeren wij ter plaatse uit en meten wij opnieuw. Is een link fysiek beschadigd of te lang, dan krijg je een onderbouwd advies met kostenindicatie. Afgekeurde links verdwijnen niet uit het rapport: je ziet exact welke punten wat mankeren.

Dat hoeft vaak niet. Stuur ons het rapport, dan beoordelen wij kosteloos of het compleet is: is honderd procent van de links gemeten, tegen de juiste norm en het juiste testmodel, met een gekalibreerd instrument, en zijn de marges gezond? Als dat klopt, zeggen wij dat gewoon. Twijfel je aan de uitkomst of ontbreken de originele meetbestanden, dan is een onafhankelijke controlemeting op een deel van de links vaak al genoeg.

Ja. Voor glasvezel geldt een ander meetregime: OLTS-metingen voor de dempingsbudgetten en OTDR voor het lokaliseren van lassen, connectoren en beschadigingen. Ook daarvan ontvang je een rapport per traject.

Een systeemgarantie van twintig tot vijfentwintig jaar wordt afgegeven door de fabrikant van het kabelsysteem, niet door ons — en alleen als het complete systeem van die fabrikant is en volgens hun voorschriften is aangelegd. Wij leveren het meetrapport in het formaat dat zij vereisen en verzorgen desgewenst de registratie. Bij bestaande, gemengde installaties is een systeemgarantie meestal niet meer haalbaar; het certificeringsrapport op zichzelf blijft dan wel volledig bruikbaar.

Bij een controlemeting op werk van derden hebben wij geen belang bij de uitkomst. Wij hebben het niet aangelegd en verdienen niets aan een goedkeuring. Dat is precies waarom die opdracht bij ons thuishoort.

Heb je vragen? Stel ze gerust!