Menu Close
  • Over Ons
  • Projecten
  • Nieuws
  • Contact
Close
  • Over Ons
  • Projecten
  • Nieuws
  • Contact

Maatwerk glasvezel

Professionele glasvezelinstallaties voor bedrijven.

Glasvezel tot waar je hem nodig hebt

Van een enkele verbinding tussen twee ruimtes tot een compleet tracé door de grond naar een ander gebouw. Wij trekken, blazen, lassen en monteren af op je fiber rack panels — en leveren op met een meetrapport per vezel.

Van één las in een bestaande kabel tot een compleet tracé door de grond naar het gebouw aan de overkant van het terrein.

Een glasvezelverbinding valt of staat bij het werk dat je niet ziet: de lasverliezen, de buigstralen in de trekput en de afmontage in het rack. Wij meten elke vezel afzonderlijk door en tonen je wat er werkelijk aan dempingsbudget over is.

Pigtails

Fiber Lassen

Kabel Management

Infra

Glasvezelaanleg op maat

Elk glasvezelproject is anders. De ene klant wil één verbinding tussen twee patchkasten omdat koper de afstand niet haalt. De andere heeft twee panden op één terrein en wil ze koppelen zonder afhankelijk te zijn van een provider. Weer een ander vervangt een backbone die vijftien jaar geleden is aangelegd en nu tegen zijn grenzen loopt.

Wij werken daarom niet met pakketten. Wij kijken naar het tracé, de afstand, wat er over vijf jaar overheen moet en wat de bouwkundige situatie toelaat, en maken op basis daarvan een voorstel met een vaste prijs.

Glasvezel trekken en blazen

Binnen het gebouw leggen wij glasvezel aan door bestaande kabelgoten, kokers en schachten, of leggen wij het tracé nieuw aan. Wij houden ons daarbij aan de minimale buigstralen en de maximale trekkracht van de kabel — twee dingen die bij glasvezel veel kritischer liggen dan bij koper, en waar schade vaak pas maanden later zichtbaar wordt als extra demping.

Bij langere trajecten en microducts blazen wij de vezel in plaats van hem te trekken. Dat geeft minder mechanische belasting op de kabel en maakt het mogelijk om later een extra string bij te leggen zonder opnieuw te graven.

Wij leggen altijd reservecapaciteit aan. Een tracé opnieuw openleggen kost een veelvoud van wat een paar extra vezels bij aanleg kosten.

Ondergrondse infrastructuur

Verbindingen tussen gebouwen, naar een bedrijfshal, een expeditieruimte, een slagboom of een camerapaal op het terrein lopen doorgaans door de grond. Wij verzorgen dat werk compleet:

  • Bepalen van het tracé, inclusief KLIC-melding en controle op bestaande leidingen
  • Sleuf en HDPE-mantelbuis op de juiste diepte — kleinschalig door ons, bij grotere tracés met onze vaste grondwerkpartner
  • Plaatsen van trekputten op de punten waar later mogelijk afgetakt moet worden
  • Doorvoeren en blazen van de glasvezel, inclusief lusreserve aan beide zijden
  • Waterdichte gebouwdoorvoeren en brandwerende afdichting van sparingen
  • Dichten en herstellen van het maaiveld
  • Een tracétekening met ligging en diepte, zodat er over tien jaar niemand blind in graaft

Voor buitentracés gebruiken wij kabel die daarvoor gemaakt is: waterblokkerend, met knaagdierbescherming waar dat nodig is. Let op dat buitenkabel maar beperkt het pand in mag vanwege de brandeisen. Wij plaatsen daarom vlak na binnenkomst een lasmof of patchkast waar wordt overgegaan op CPR-gekeurde binnenkabel — een detail dat bij overname van bestaande installaties opvallend vaak niet blijkt te kloppen.

Lassen en afmontage

Wij lassen met professionele fusielasapparatuur. Elke las wordt direct na het zetten gecontroleerd; een goede fusielas in single-mode blijft ruim onder 0,1 dB verlies. De las wordt beschermd met een krimpspalk en netjes weggelegd in een splice tray, met voldoende lusreserve om later opnieuw te kunnen lassen zonder de kabel te hoeven verlengen.

Aan de eindzijde lassen wij pigtails aan de vezels en monteren die af in het fiber rack panel. Wij leveren en installeren die panels ook: 19-inch behuizingen met uitschuifbare lade, splice trays, adapterplaten en de bijbehorende opbergruimte voor de lusreserve. De aansluitingen worden per positie gelabeld en terugvindbaar gemaakt in de documentatie, zodat je beheerder weet welke vezel waar uitkomt.

Welke connector daarbij hoort, hangt af van je apparatuur. In de praktijk is dat vrijwel altijd LC — SC, ST en FC komen wij nog tegen in bestaande installaties. Bij single-mode kiezen wij APC waar reflectie een rol speelt en UPC waar dat niet zo is; die twee moet je nooit door elkaar patchen, wat op locaties met gemengde historie regelmatig de oorzaak van een storing blijkt te zijn.

Kabels verlengen en repareren

Een bestaande vezel die net te kort is, een kabel die bij graafwerk beschadigd is, of een tracé dat na een verbouwing moet worden omgelegd: dat lossen wij op met een las in plaats van met het opnieuw aanleggen van het hele traject.

Bij een storing lokaliseren wij de breuk eerst met een OTDR. Die geeft de afstand tot de fout tot op enkele meters nauwkeurig, zodat er gericht gegraven of geopend kan worden in plaats van over de volle lengte gezocht. Daarna zetten wij de las in een lasmof of patchkast, meten opnieuw en leggen het resultaat vast.

Meten, certificeren en opleveren

Glasvezel kent twee meetniveaus, en ze meten iets anders.

Een dempingsmeting (Tier 1, OLTS) meet het werkelijke verlies over de complete link met een lichtbron en een vermogensmeter, en toetst dat aan het berekende dempingsbudget voor die verbinding. Dit is wat je apparatuur daadwerkelijk ervaart en het is bij oplevering het minimum.

Een OTDR-meting (Tier 2) stuurt een puls door de vezel en maakt elk voorval onderweg zichtbaar: elke las, elke connector, elke te krappe bocht, met de afstand erbij. Daarmee zie je niet alleen dát een link binnen budget blijft, maar ook waar de verliezen zitten. Wij meten bij voorkeur van beide zijden, omdat een las met een verschil in kerndiameter vanaf één kant misleidend gunstig of ongunstig oogt.

Bij multimode meten wij conform Encircled Flux, zodat de uitkomst niet afhangt van de gebruikte lichtbron. Je ontvangt na afronding per vezel het meetresultaat, de OTDR-trace, het gehanteerde dempingsbudget, het gebruikte meetinstrument met kalibratiedatum en een schema met de definitieve labeling — plus de originele meetbestanden.

Single-mode of multimode?
 Single-mode (OS2)Multimode (OM3 / OM4 / OM5)
Kern9 µm50 µm
BereikKilometersHonderden meters
Typische toepassingTussen gebouwen, campus, alles buitenBackbone binnen één pand, serverruimte
Kosten kabelLaagHoger
Kosten optiekHogerLager
ToekomstvastheidPraktisch onbegrensdBeperkt door afstand bij hogere snelheden

De keuze gaat zelden over de kabel zelf en bijna altijd over de optiek eromheen. Multimode is aantrekkelijk zolang de afstanden kort blijven en je veel poorten hebt. Zodra er een tracé de grond in gaat of er een gebouw bij komt, adviseren wij single-mode — de meerprijs zit in de transceivers, en die vervang je toch bij elke upgrade.

Bij twijfel leggen wij beide aan in hetzelfde tracé. Het duurdere deel van glasvezelaanleg is nooit de vezel, maar de sleuf.

IN WELKE SITUATIE ZIT JIJ?

Vijf momenten waarop meten zich altijd terugbetaalt

01.

Je neemt een pand of bedrijf over

Er ligt bekabeling, maar niemand weet meer welke categorie, uit welk jaar, en of alle punten nog werken. Wij inventariseren, hernummeren, labelen en meten alles door. Je weet binnen enkele dagen hoeveel bruikbare aansluitpunten er zijn en wat ze aankunnen — informatie die direct meeweegt in je onderhandeling of investeringsbegroting.

02.

Een installateur levert nieuw werk op

Voordat je tekent voor akkoord. Een onafhankelijke controlemeting is de enige manier om vast te stellen dat je krijgt waarvoor je betaalt. Wij hebben geen belang bij de uitkomst, want wij hebben het niet aangelegd.

03.

Je wilt naar 10 Gbit/s of naar PoE++

Bestaande Cat 6-bekabeling haalt 10GBASE-T soms wel en soms niet, afhankelijk van lengte, montage en bundeling. En PoE++ met 90 watt stelt eisen aan de weerstandsonbalans die bij aanleg vaak nooit zijn gecontroleerd. Meten vóór de investering voorkomt dat je nieuwe switches koopt voor een netwerk dat het niet trekt.

04.

Je hebt storingen die niemand kan plaatsen

Pakketverlies, wisselende doorvoer, accesspoints die spontaan herstarten, verbindingen die terugvallen naar 100 Mbit/s. De eerste vraag is altijd: ligt het aan de bekabeling? Met een certificering sluit je die vraag definitief uit — of vind je precies de link die het probleem veroorzaakt.

05.

Je hebt een rapport nodig voor garantie, bestek of audit

Fabrikanten die een systeemgarantie van twintig tot vijfentwintig jaar afgeven, eisen zonder uitzondering een volledig certificeringsrapport. Datzelfde geldt voor vrijwel elk professioneel bestek en voor veel ISO- en NEN-audits.

MEER WETEN?

Veelgestelde vragen

Hier vind je antwoord op de vragen die ons het vaakst worden gesteld. Staat je vraag er niet tussen? Neem gerust contact met ons op.

Een enkele verbinding binnen een pand ronden wij doorgaans binnen één werkdag af, inclusief lassen en meten. Een tracé door de grond naar een tweede gebouw kost al gauw enkele dagen, waarbij het graafwerk het meeste tijd vraagt. Bij projecten waar een KLIC-melding nodig is, moet je rekening houden met de wettelijke wachttijd voordat er gegraven mag worden. Je krijgt vooraf een planning.

Dat wordt bijna volledig bepaald door het tracé, niet door de vezel. Een verbinding tussen twee patchkasten in hetzelfde gebouw is een kwestie van uren. Zodra er gegraven moet worden, bepalen de lengte van de sleuf, de ondergrond en het aantal trekputten de prijs. Wij komen daarom eerst kijken en geven daarna een vaste prijs, opgesplitst in tracé, materiaal, lassen en meetwerk. Zo zie je precies waar het geld naartoe gaat.

Kort gezegd: multimode voor korte afstanden binnen één pand, single-mode zodra het tracé de grond in gaat of er een tweede gebouw bij komt. De keuze gaat zelden over de kabel en bijna altijd over de transceivers eromheen. Wij rekenen beide varianten voor je situatie door. Bij twijfel leggen wij ze allebei in hetzelfde tracé — het duurdere deel van glasvezelaanleg is nooit de vezel, maar de sleuf.

In de praktijk vrijwel altijd LC, omdat dat is wat moderne switches en transceivers gebruiken. SC, ST en FC komen wij nog tegen in bestaande installaties en kunnen wij uiteraard afmonteren of ombouwen. Bij single-mode kiezen wij APC waar reflectie een rol speelt en UPC waar dat niet zo is. Die twee mag je nooit door elkaar patchen — op locaties met een gemengde historie is dat een verrassend vaak voorkomende storingsoorzaak.

Ja, en dat is vaak veel goedkoper dan het opnieuw aanleggen van een traject. Bij een breuk lokaliseren wij eerst met de OTDR waar de fout zit; die geeft de afstand tot op enkele meters nauwkeurig, zodat er gericht gegraven of geopend kan worden. Daarna zetten wij de las in een lasmof of patchkast, meten opnieuw en leggen het resultaat vast in een rapport.

Ja, altijd. Je ontvangt per vezel het gemeten dempingsverlies afgezet tegen het berekende budget, de OTDR-trace waarop elke las en connector zichtbaar is, het gebruikte meetinstrument met kalibratiedatum en een schema met de definitieve labeling. Ook de originele meetbestanden krijg je mee, zodat je of een derde partij de metingen altijd zelfstandig kan inzien.

Omdat een werkende verbinding niets zegt over hoeveel reserve er nog in zit. Een dempingsmeting laat zien of de link binnen budget blijft; de OTDR laat zien wáár de verliezen zitten — een las van 0,4 dB, een te krappe bocht in een trekput, een vervuilde connector. Op 1 Gbit/s merk je daar niets van. Zodra je naar 10, 40 of 100 Gbit/s gaat, of het tracé verlengt, is dat precies de plek waar het misgaat.

Ja. Extra vezels aftakken in een bestaande trekput, een nieuw pand aankoppelen, of een extra fiber rack panel bijplaatsen: dat sluiten wij aan op wat er ligt. Wij meten dan wel eerst het bestaande deel door. Het heeft weinig zin een nieuwe tak te koppelen aan een backbone waarvan niemand weet wat hij nog haalt.

Wij regelen het complete traject, van tracébepaling tot oplevering. Kleinschalig grondwerk voeren wij zelf uit — een sleuf over het eigen terrein, een doorvoer naar een bijgebouw, het aanbrengen van mantelbuis. Voor grotere tracés werken wij samen met een vaste grondwerkpartner, zodat je nog steeds één aanspreekpunt en één offerte heeft. Ook dan verzorgen wij de KLIC-melding, de mantelbuis, het blazen van de vezel en de tracétekening met ligging en diepte, zodat er over tien jaar niemand blind in graaft.

Omdat een tracé opnieuw openleggen een veelvoud kost van wat een paar extra vezels bij aanleg kosten. Het verschil in materiaalprijs tussen een kabel met vier of met twaalf vezels is klein, het verschil in graafkosten later enorm. Wij leggen daarom standaard reservecapaciteit aan en adviseren waar mogelijk microduct, zodat er later een string bij kan zonder opnieuw te graven.

De passieve infrastructuur is altijd ons werk: kabel, lassen, pigtails, fiber rack panels en patchkoorden. Leveren wij ook de transceivers en switches, dan plaatsen en configureren wij die en leveren we je een werkende verbinding op. Breng je de apparatuur zelf mee of beheert je eigen ICT-afdeling het netwerk, dan leveren wij de infrastructuur meetklaar op met het volledige rapport, en sluit je beheerder aan. Zo blijft duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is.

Heb je vragen? Stel ze gerust!