draadloze verbinding tussen gebouwen
Twee gebouwen verbinden zonder graafwerk
Een weg, een sloot of een spoorlijn tussen je panden? Met een straalverbinding koppel je ze draadloos, op snelheden waar je een compleet netwerk op draait. Wij controleren het zichtpad, monteren en richten de antennes en meten de verbinding door — bij oplevering weet je wat hij haalt en hoeveel marge er overblijft.
Van één verbinding tussen twee daken tot één centraal punt dat meerdere gebouwen op het terrein voedt zonder één meter kabel in de grond.
Een straalverbinding valt of staat bij wat je vooraf uitzoekt: vrij zicht tussen beide punten, een montagepunt dat niet meebeweegt met de wind, en genoeg signaalmarge om slecht weer en groei op te vangen. Wij meten de link na het uitlijnen door en leggen vast wat hij werkelijk doet.
Point-to-point
Point-to-multipoint
Backup 5G
Airfiber 5G
GEEN SLEUF. GEEN ABONNEMENT.
Binnen een dag verbonden
Graven tussen twee panden kost weken en vaak een vergunning. Een straalverbinding staat er meestal binnen een dag, is jouw eigendom en kost daarna niets per maand. Blijkt het zichtpad niet te kloppen, dan hoor je dat van ons vóór je iets aanschaft.







Airfiber verbinding voor dmsb
Voior DMSB hebben wij een Airfiber verbinding mogen realiseren wachtende op de oplevering van glasvezel.
5G Noodfiber voor Breathe Hotel Leiden
Voor het Hotel hebben wij de Airfiber ingezet omdat de glasvezel aansluiting vertraging opgelopen had.
Point-to-point: één verbinding tussen twee punten
Bij point-to-point staan twee antennes recht tegenover elkaar en is de volledige capaciteit voor die ene verbinding. Dit is de gebruikelijke oplossing om twee panden te koppelen: het hoofdgebouw en de loods, of het kantoor en het magazijn aan de overkant van de weg. Voor je netwerk gedraagt zo’n link zich als een kabel tussen twee switches — je legt er gewoon je VLAN’s overheen.
Point-to-multipoint: één centraal punt, meerdere locaties
Moeten er meer dan twee plekken aangesloten worden, dan zet je één accesspoint met een brede antenne op een centraal en hoog punt, en krijgt elke locatie een kleine ontvanger die daarop inlogt. Dat scheelt apparatuur en montagewerk, maar de capaciteit van dat centrale punt wordt gedeeld door alle aangesloten locaties.
Zit er één locatie tussen die continu veel verkeer trekt — een cameraserver bijvoorbeeld — dan is een eigen point-to-point-link daarnaartoe meestal verstandiger dan hem mee te laten delen.
60 GHz of 5 GHz: de belangrijkste keuze
60 GHz heeft brede kanalen en haalt daarmee een gigabit of meer, met een smalle bundel die nauwelijks last heeft van andere apparatuur in de omgeving. De keerzijde is dat die signalen een korte golflengte hebben: elk obstakel telt zwaar mee en een flinke regenbui kost merkbaar signaal. 5 GHz overbrugt grotere afstanden en is veel ongevoeliger voor weer, maar die band is druk en de capaciteit ligt lager.
In de praktijk combineren we die twee vaak in één apparaat. De airFiber-reeks van Ubiquiti werkt op 60 GHz met een 5 GHz-radio ernaast die het overneemt zodra de 60 GHz-link wegvalt — je houdt dan verbinding, zij het trager. De AF60-LR werkt als paar in point-to-point, of als client naar een Wave-accesspoint in point-to-multipoint.
Wat de verbinding in de praktijk bepaalt
Vrij zicht is niet hetzelfde als elkaar kunnen zien. Rond de rechte lijn tussen beide antennes ligt een ovale zone — de fresnelzone — die vrij moet blijven. Een boomtop of dakrand die daar half in steekt kost je capaciteit zonder dat de verbinding helemaal uitvalt, en dat is lastiger te vinden dan een link die gewoon niet werkt.
Verder weegt de montage zwaarder dan mensen verwachten: een beugel die meebuigt in de wind haalt de antennes net genoeg uit lijn om het signaal te laten schommelen. En er moet marge overblijven. Een link die op een droge dag nét binnen de norm valt, is bij de eerste storm je zwakste schakel.
Beveiliging, redundantie en beheer
Het verkeer over een straalverbinding is versleuteld, en de bundel is zo smal dat er buiten het pad vrijwel niets te ontvangen valt. Verder behandelen we de link als elk ander deel van je netwerk: een eigen VLAN, firewallregels voor wat er tussen de locaties mag, en monitoring op de signaalwaarden zodat je ziet wanneer een link langzaam achteruitgaat.
Gebruik je de straalverbinding naast glasvezel als tweede route, dan stellen we de fail-over zo in dat het verkeer automatisch overschakelt — en testen we dat vóór oplevering door de hoofdverbinding er daadwerkelijk uit te trekken.
Zo gaan wij te werk
Een straalverbinding in 5 stappen
01.
Zichtlijn en schouw
We bekijken beide locaties en bepalen of er vrij zicht is tussen de twee punten — niet alleen een rechte kijklijn, maar ook de ruimte eromheen die vrij moet blijven. Daarbij letten we op montagepunten, hoogte, afstand en op wat er de komende jaren nog tussen kan groeien of gebouwd worden.
02.
Ontwerp en frequentiekeuze
De afstand en de benodigde capaciteit bepalen de keuze. 5 GHz overbrugt grotere afstanden en is ongevoeliger voor weer; 60 GHz haalt veel meer bandbreedte over kortere afstanden. Moeten er meerdere gebouwen aangesloten worden, dan wordt het point-to-multipoint vanaf één centraal punt.
03.
Montage en uitlijning
Wij monteren de antennes op een voet die ook bij wind stil blijft staan — trillingen kosten je direct capaciteit. Daarna richten we beide kanten uit op het best haalbare signaal en verzorgen we de aarding en overspanningsbeveiliging aan weerszijden.
04.
Meten en opleveren
We meten de doorvoer in beide richtingen en leggen de signaalsterkte en de overgebleven marge vast. Die marge is wat je in slecht weer overhoudt: een link die op een droge dag nét goed is, laat je in de eerste flinke bui in de steek.
05.
Beheer en monitoring
Je kunt het beheer zelf doen of bij ons onderbrengen. Wij bewaken dan de signaalwaarden en zien het als een link langzaam achteruitgaat — door een verschoven antenne of een boom die erin groeit — meestal voordat jij er last van hebt.
MEER WETEN?
Veelgestelde vragen
Hier vind je antwoord op de vragen die ons het vaakst worden gesteld. Staat je vraag er niet tussen? Neem gerust contact met ons op.
Wat is een straalverbinding precies?
Een draadloze verbinding tussen twee vaste punten, met gerichte antennes die exact op elkaar staan. Geen wifi dus: het signaal gaat gericht van punt naar punt, en de verbinding is van jou. Voor je netwerk gedraagt hij zich als een kabel tussen twee switches.
Point-to-point of point-to-multipoint: wat heb ik nodig?
Point-to-point is één verbinding tussen twee punten, waarbij alle capaciteit voor die ene link is. Point-to-multipoint werkt vanaf één centraal punt naar meerdere locaties, die de capaciteit met elkaar delen. Twee panden koppelen doe je point-to-point. Een hoofdgebouw met drie loodsen, een slagboom en een camerapaal wordt doorgaans point-to-multipoint.
Hoe snel is zo’n verbinding?
Dat hangt af van de afstand en de gekozen techniek. Over een paar honderd meter met vrij zicht haal je met 60 GHz meerdere gigabits; over langere afstanden met 5 GHz zit je eerder in de honderden megabits. De vertraging is een paar milliseconden — laag genoeg voor camerabeelden, telefonie en werken op je eigen servers.
Hoe ver reikt het?
Op een bedrijventerrein gaat het meestal om tientallen tot enkele honderden meters, en dat is technisch geen uitdaging. Enkele kilometers kan ook, mits het zicht vrij is en de antennes hoog genoeg staan. De afstand bepaalt vooral welke frequentie en welke antennes nodig zijn.
Moet er echt vrij zicht zijn?
Ja, en meer dan alleen kunnen kijken. Rond de rechte lijn tussen beide antennes moet een ovale zone vrij blijven; staat daar een boomtop of een dakrand half in, dan merk je dat meteen in de capaciteit. Daarom komen we kijken vóórdat er iets wordt aangeschaft.
Wat doet regen, mist of sneeuw ermee?
Op 5 GHz nauwelijks iets. Op 60 GHz ligt dat anders: daar kost een flinke bui wél signaal, en daarom rekenen we bij die keuze extra marge in. Hoeveel marge je link overhoudt staat in het meetrapport, dus je weet vooraf waar de grens ligt.
Is een draadloze verbinding veilig?
Het verkeer over de link is versleuteld en de antennes zijn zo gericht dat er buiten het pad nauwelijks signaal te vinden is. Verder behandelen we de verbinding als elk ander stuk netwerk: hij komt in een eigen VLAN en in de firewall regelen we wat er tussen de locaties mag.
Kan het glasvezel vervangen?
Voor veel situaties wel. Ligt er een openbare weg tussen, is graven te duur of duurt het te lang, dan is een straalverbinding vaak de betere keuze. Heb je continu de allerhoogste capaciteit nodig of mag er echt niets uitvallen, dan blijft glasvezel de stabielste basis — met de straalverbinding als tweede route ernaast.
Kan ik er camera's op aansluiten?
Ja, dat is een van de meest voorkomende toepassingen: een camerapaal, een slagboom of een loods waar geen kabel naartoe ligt. Let wel op het aantal camera's en de beeldkwaliteit, want dat bepaalt hoeveel capaciteit de link moet halen. Dat rekenen wij vooraf door.
Heb ik een vergunning nodig?
Voor de gangbare banden van 5 en 60 GHz niet; die zijn vrij te gebruiken zolang je je aan de regels voor zendvermogen houdt. Voor sommige gelicentieerde frequenties is wél een vergunning nodig, en dan bespreken we dat vooraf. Voor een mast of een antenne aan de gevel kan daarnaast bouwkundige toestemming gelden.
Hoe lang duurt de installatie?
Na de schouw staat een enkele verbinding er meestal binnen één werkdag, inclusief uitlijnen en doormeten. Werk op hoogte, een mast of een voeding die nog getrokken moet worden kan het langer maken. Wat er nodig is, staat in de offerte voordat we beginnen.
